Verrukkelijke combinaties van woorden

Quora. Een interessante website met een interessante missie:

“Quora’s wants to share and grow the world’s knowledge. Ask any question, get real answers from people with first hand experience, and blog about what you know.”

De laatste jaren zijn er soortgelijke diensten, met soortgelijke intenties, gekomen en gegaan. Goeie Vraag of Yahoo Answers (voor werkelijk ál uw vragen) en Stackoverflow (voor programmeurs van ieder soort) zijn daarbij de blijvertjes gebleken. Verreweg de meeste mensen nemen daar dan ook de échte moeite om (legitieme) vragen, van wie dan ook, te eren met een zo goed mogelijk antwoord. Een soort Wikipedia’s, maar dan puur op basis van vraag en antwoord.

De diversiteit en voornamelijk de behulpzaamheid, is wat mij aanspreekt bij dergelijke online kennisdeling. En bij Quora gaat het zelfs nog een stukje verder, omdat daar aanvullende ruimte is voor (heel) persoonlijke invalshoeken. De wekelijkse nieuwsbrief activeert en prikkelt mij daarbij genoeg om regelmatig eens even een kijkje te nemen. Zo ook toen ik de volgende mij-aan-het-denken-zettende-Quora-vraag voor ogen kreeg: “What is the most delightful combination of words you have ever heard, seen or thought?”.

Nieuwsgierig klikte op de vraag, keek ik alle antwoorden door en kon ik concluderen dat één van de eersten mij verreweg het meest aansprak:

“I fell in love the way you fall asleep: slowly, then all at once.”
— John Green, ‘The fault in our stars

Prachtig. Maar tijdens het lezen van al die soms meer, soms minder geslaagde zinnen, drong zich tegelijkertijd de vraag aan me op of ik zelf ook dat soort taaltechnisch-bekorende uitspraken uit mijn hoge quote-hoed zou weten te toveren. In eerste instantie leek mijn hoofd wel een dorre taalvlakte, maar na een tijdje kniezen kwam er toch iets omhoog borrelen:

“De één zijn dood is de ander zijn brood.”

Een zeer mooi gezegde, in al zijn platheid en brute waarheid.

“Vroeger was ik een twijfelaar, ik ben daar nu niet meer zo zeker van.”

Een losse zin Van Herman Finkers die me ergens altijd bijgebleven is.

“Binnenverdrietje: een soort binnenpretje, maar dan verdrietig.”
— Spekkie Big / Marc van der Holst

Een wel heel schattige gedachte en quote die me plots te binnen schoot, uit een tijd en grijs verleden toen ik nog louter via Twitter mijn ideeën en gedachtes met de wereld deelde.

Door mezelf aangemoedigd, maakte ik na deze herinneringsoefening de sprong naar Google en ging ik lukraak op zoek naar mooie, Nederlandse volzinnen. Ik kwam daarbij de Tzum-prijs tegen, een Nederlandse prijs voor de mooiste literaire zin (uit een boek).

Eén van de nominaties voor 2014 deed mij letterlijk huiveren van taalafschuw:

“Ik volg de cadans van mijn handschrift en zoek naar de in letters gestolde, kwezelachtige wellust van het meisje dat ik ooit geweest moet zijn, het wicht dat op de drempel van haar adolescentie haar schriftuur even strak aantrok als de dunne lederen veters waarmee ze haar laarsjes dichtreeg – hoe ze het vlees van het woord in de baleinen van de zinsbouw dwong, tot haar eigen lijf vol striemen stond en ze naar uitbraak verlangde.”

Wantaal, pure wantaal.

Afgeschrikt en beduusd doemde er ineens een tekstpassage – een verrukkelijke combinatie van woorden – in mijn hoofd op die wat mij betreft wél prijswinnend mag heten. Een stukje Engelse tekst, direct uit één van de alleroudste sprookjeswerken.

Een paar jaar geleden luisterde ik regelmatig naar het album “Parthenon”, van de band PLVS VLTRA. Het toentertijd nieuwe pop-indie-dance-rock-project van ex-Enon, ex-Blonde Redhead en “veteran musician” Toko Yasuda (ja, ja). In het titelnummer ‘Parthenon’ is aan het einde een ‘sample’ van een voorgelezen sprookje of hoorspel opgenomen. Het blijkt hierbij, zo weet ik nu, om één van ‘Aesop’s Fables’ te gaan, genaamd ‘The North Wind and the Sun’.

Het geluidsfragment laat slechts een deel van de fabel de revue passeren, maar in samenspraak met een zeer gepaste commentaarstem, levert het in ieder geval een in eenvoud, en naar mijn smaak, sublieme verzameling woorden op:

People had to chase after their hats. Leaves were blowing from the trees. All the animals were freightened. The ships in the harbour were sunk.

The North Wind blew with all his might, but is was no use. The horseman just pulled his cloak more tightly around him.

“My turn now,” cried the Sun. And as he gave out his gentle heat, insects hummed and flowers opened. The birds began to sing. The animals laid down to sleep, and the people came out to gossip.

The horseman began to feel very hot, and when he came to a river, he took off his clothes and went in for a swim.

So the Sun was able to achieve by warmth and gentleness, what the North Wind in all his strength and fury could not do.

Beluister het nummer hieronder (vanaf 3 minuten en 38 seconden begint ongeveer de vertelling).

Oh ja, en de originele vertelling wil ik je uiteraard ook niet onthouden.

“I’ve come up with a set of rules that describe our reactions to technologies: 1. Anything that is in the world when you’re born is normal and ordinary and is just a natural part of the way the world works. 2. Anything that’s invented between when you’re fifteen and thirty-five is new and exciting and revolutionary and you can probably get a career in it. 3. Anything invented after you’re thirty-five is against the natural order of things.”
— Douglas Adams