charlie-brown-hebdo-charles-schultz

Een vrije meningsuiting: je suis Charlie… Brown.

Wat is vrijheid van meningsuiting? Aangewakkerd door alle Charlie Hebdo-commotie, spookt dat vraagstuk al geruime tijd door mijn hersenpan. Uit onderzoek blijkt dat het één van de meest bekende mensenrechten is. Niet zo verrassend. Maar wat het eigenlijk is of behelst, daar zijn de meesten wat minder bekend mee.

Binnen een Nederlandse context luidt de begrenzing van die vrijheid als volgt:

“Het Nederlandse strafrecht richt zich tegen smalend [minachtend] taalgebruik en aanzetten tot haat, belediging van gezagsdragers en het verspreiden van leugens (laster en smaad), maar minder of niet tegen obsceniteit of schendingen van goede smaak.”
– Wikipedia

Kortom: de realiteit, betekenis, uitleg en interpretatie van vrijheid van meningsuiting blijkt één levensgroot, schimmig en subjectief schemergebied. Helemaal internationaal gezien.

Volgens het Nederlandse strafrecht is het doodschieten van mensen in ieder geval pertinent niet oké. Daar kunnen – in de regel  en gelukkig – geen misverstanden over ontstaan. De combinatie van moord en het doelbewust naar de andere wereld helpen van brave brugers die zich kwijten aan het uiten van hun vrijheid van meningsuiting, veroorzaakte in het geval van Charlie Hebdo echter een redelijk buitensporige ophef en verontwaardiging.

De woorden redelijk en buitensporig gebruik ik daarbij zeker niet lukraak. Gewoonlijk hebben collectieve rouw en collectieve hysterie een negatieve uitwerking op mijn zenuwen. Maar de willekeurigheid van deze effecten, veroorzaken bij mij een hele reeks vraagtekens én de onbedwingbare neiging om dat soort persoonlijke woorden te gebruiken. Want: waarom maakt(e) iedereen zich ineens híer zo collectief druk over?

Twee terroristen schieten 12 cartoonisten neer en heel de wereld is in rep en roer. 43.000 mensen vinden de dood bij een aardbeving en er wordt verhoudingsgewijs weinig aandacht aan besteed. De aanslag, de achtervolging, de spanning, het afkeuren, de afschuw, de beelden, het “oh, dit komt ineens toch wel héél dichtbij”; de collectiviteit roert zich lustig. Het natuurgeweld, de ver-van-mijn-bed-show, de langdurige na-effecten en langzaam oplopende dodenaantallen; de collectiviteit houdt zich koest.

Eind 2004: dé tsunami-ramp, 230.000 doden. Opbrengst: ruim 2,5 miljoen Nederlandse euro’s. Eind 2005: een aardbeving in Pakistan, 75.000 doden. Opbrengst: een ‘karige’ 500.000 Nederlandse euro’s. Een mooi woord ontsproot indertijd aan dit al dan niet opmerkelijke donatieverschil: rampendiscriminatie. Het effect dat de aandacht in en interesse voor een ramp direct afhankelijk is van factoren als:

  • Is het gebeurd in een bekend (vakantie)land?
  • Zijn er Nederlanders bij betrokken?
  • Worden er veel beelden op tv uitgezonden?
  • En: zijn er beelden van de ramp zelf (niet alleen van de gevolgen)? Of amateurfilmbeelden zodat men zich goed kan identificeren met de slachtoffers?
  • Is er al eens iets soortgelijks voorgekomen?

Mijn gedachte en gevoelens: Charlie Hebo was en is hét kortstondige combinatievoorbeeld van collectieve rouw / hysterie en dergelijke rampendiscriminatie. Terwijl ik de mensen om mij heen observeerde, langzaam en gedeeltelijk of geheel deel wordend van het wij-effect, kon ik in ieder geval alleen maar aan ‘pesten’ denken.

Vrijheid van meningsuiting, “schending van de goede smaak”, terrorisme, Charlie Hebo, Frankrijk. Versus: Amerika, pesten (een vorm van meningsuiting en een gegeven dat op één of andere manier altijd wel verbonden is aan…), jaarlijks zestien schoolmoorden in de VS. In 2012 vond de laatste ‘grote’ schietpartij plaats (een 20-jarige jongen schoot 20 kinderen, 6 medewerkers en zichzelf dood). Maar sindsdien hebben zich minstens 74 andere schietincidenten voorgedaan, waar we in Nederland nauwelijks nog ons hoofd voor omdraaien. Het weer krijgt zonder twijfel meer aandacht in de media, want, tja, dat is waar we zelf dagelijks mee te maken hebben.

Je suis Charlie… Brown

Het blijft natuurlijk een beetje guaves met passievruchten vergelijken, en slechts mijn individuele, gevrijwaarde meningsuiting, de in dit stuk verkondigde zienswijze aangaande de nogal onthechte, willekeurige empatische vermogens die de mens rijk is. Maar het meteorologische besef dat vastkleeft aan de onvermijdelijke (psychologisch verwarde) aard van de mens, deden mij – in volledige samenwerking met het eerder genoemde spook in mijn bovenkamer – ineens aan een bijna vergeten uitspraak van tekenfilmfiguur Charlie Brown denken:

“That’s the secret to life… replace one worry with another….”

En dat is, zoals men dat zegt, het.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *