© 2011, http://www.zhanghuan.com/ - Foto van de Zhang Huan-tentoonstelling 'Q Confucius'.

De inborst van Albert Einstein, de argwaan van Virginia Woolf, de optiek van Meester Kong.

Een goede twee weken geleden raakte ik hevig verstrikt in het plakkerige web dat de taal soms kan spinnen. Vraag me niet waarom, maar een bevreemdend en tegelijkertijd onvermurwbaar gevoel welde plotseling in mij op. De verwarrende gedachte dat het woord ‘disrespect’ eigenlijk geen taaltechnisch bestaansrechts zou mogen kennen. Een kortstondige, redelijk bevrijdende en opruiende redenatieworsteling volgde, die mij achteraf ook op morele gronden bezig bleef houden. Waarvan nu akte.

Lukraak respect.

Respect. Waarom is repect iets dat je moet verdienen of inboezemen of zelfs verwerven? En ‘respectloosheid’, waarom is dát iets dat je ontvangt, krijgt of soms zo eenvoudig wordt vergeven? De gangbare, humane visie lijkt te zijn dat men, als mens, respect verdient. Van iedereen. We zijn tenslotte allemaal gelijkwaardig en hebben daarom recht op een identiek minimum aan menselijkheid. Ook wel: liefde, aandacht, zorg, respect, en meer van dat soort basale behoeftes.

Het gekke is alleen dat het tonen van respect bij de meeste mensen nauwelijks een automatisch ingebouwd proces is. Het is kennelijk te moeilijk, vraagt blijkbaar te veel energie, om zomaar iedereen met precies dezelfde mate van respect en openheid te behandelen. Als emotionele, psychologische speelbal van ons veelal lage zelfrespect, worden we geregeerd door willekeur, stemmingen, wantrouwen, egoïsme, machtswellust, jaloezie, projectie én het ingebakken effect dat je anderen eigenlijk pas kan respecteren als ze jou ook die wederdienst hebben verleend.

Het gekste nog is dat er daardoor een negatieve spiraal ontstaat. Waar iedereen primair de kat uit de boom kijkt en een bepaalde hoeveelheid wederzijds vertrouwen nodig heeft om tot het echt respecteren van een ander te komen, krijgt niemand doorgaans het automatische, vanzelfsprekende respect dat een mens als mens verdient. Ik doe een beetje moeite, jij doet een beetje moeite, en zo proberen we bij elkaar, stukje bij beetje, dat beetje respect te verdienen en bij elkaar te sprokkelen.

Etymologisch respect.

Kijken we naar de etymologie, de herkomst van het woord, dan vallen direct twee dikgedrukte dingen op:

Respect: ontleend, zowel via Frans ‘respect’ (‘ontzag, eerbied’, eerder al ‘inachtneming, aanmerking’), als rechtstreeks aan Latijn ‘respectus’ (‘het acht slaan op, overweging’, letterlijk ‘terugblik’, afleiding van ‘respicere’; ‘omkijken, kijken naar, rekening houden met’), gevormd met het voorvoegsel → re- ‘terug-’ bij specere ‘zien, kijken’…

Van een dergelijke ontstaangeschiedenis-in-een-notedop gaat mijn moraliteitsgevoel behoorlijk jeuken. “Rekening houden met” is wat mij betreft namelijk geen respectabele, menselijke karakteristiek die door iemand verworven dient te worden. De “overweging” om iemand als een waardig en waardevol mens te zien, komt mij als inherent absurd voor. Al besef ik mij terdege hoe onrealistisch absurd de realiteit – of taal – soms kan zijn.

Mijn moralistische inzicht is dan ook een stuk genuanceerder dan dat gevoel. De natuurlijke omgangsvormen van de mens zijn diep verankerd in een historie van scepsis, misgunning en dubbelzinnigheid, zo realiseer ik mij. Een realiteit waar je jezelf als uniek organisme niet zomaar van kunt ontdoen. Er zullen immers altijd Moeder Teresa’s en Gandhi’s zijn, of Hitlers en Zedong’s. Grootdenkers en kleindenkers. Respectvolle, goede mensen en disrespectvolle, slechte. Lieve schapen én gemene wolven. Dat is de aard van het beestje.

Wat Albert en Virginia dachten.

Moraliteit, en dus ook respect, is daarbij voor een groot deel aan tijdsgeest en locatie gebonden. Sinds het verschijnen van de (al dan niet wel)denkende mens op deze aarde, joelen en juichen de meeste Waarden en Normen bij elke scherpe bocht, afdaling of looping die de oneindige achtbaan van wispelturigheid en tegenstrijdigheden hen biedt. En ook Cultuur, Afkomst, Nationaliteit, Welvaart, Religie en Leefgebied vermaken zich kostelijk, lachend toekijkend vanachter het veiligheidshek.

“I speak to everyone in the same way, whether he is the garbage man or the president of the university.”

Dat is respect in de 1949-woorden van Albert Einstein. De man met het gouden en wetenschappelijke hart blijkt daarmee exáct het goede voorbeeld om maatschappelijke, tijdgebonden invloeden te illustreren. In een periode dat de vrouwenemancipatie nog in de kinderschoenen stond, meldt hij ons immers achteloos dat “everyone” kennelijk alleen een mannelijke “he”-vorm kent.

En wat te denken van de zeer scherp geformuleerde maar onmiskenbaar dubbelzinnige uitspraak van Britse schrijfster en feministe Virginia Woolf, ongeveer twee decennia eerder?

“A woman knows very well that, though a wit sends her his poems, praises her judgment, solicits her criticism, and drinks her tea, this by no means signifies that he respects her opinions, admires her understanding, or will refuse, though the rapier is denied him, to run through the body with his pen.”
– Virginia Woolf

Genderongelijkheid is bijgevolg hét erbarmelijke boegbeeld van disrespect. Zelfs los van tijdsgeest en locatie. De scheve lichamelijke, seksuele en psychologische verhoudingen tussen mannen en vrouwen leggen eenvoudig het symptomatische noodlot bloot dat in het immer onbegrepen woord respect verscholen ligt.

Het laatste woord is aan Meester Kong.

Om het even waar, om het even wanneer, op basis van welke religie,  overtuiging of (sociaal-)maatschappelijke invloed dan ook, wat respect is of zou moeten zijn, is, was en zal altijd onderhevig zijn aan een ingebouwde instinctmatige en subjectieve visie. Mensen zijn ingewikkeld op die manier. Niet hopeloos of hopeloos verloren, maar menselijk en onveranderlijk ingewikkeld.

Een mens is dan ook de verpersoonlijking van respect én disrespect. Een van nature tweespaltig creatuur, verwikkeld in een eeuwigdurende tweestrijd. Hét tegenstrijdige protoype van liefde en haat, slecht en goed, zwart en wit. En het is dit eindeloze, innerlijke gevecht dat het zo zinloos én zinvol maakt om over respect na te denken. Zonder mooi geen lelijk, zonder lelijk geen mooi. Verdienen of vergeven, het is, uiteindelijk, allemaal van hetzelfde laken een pak.

Er is daarom slechts één ordinair-ethisch uitgangspunt dat voor mij een tijdloze, blijvende waarde vertegenwoordigt. Eén 2500-jaar oude stelregel die als onzijdige, neutrale scheidsrechter uitzicht heeft op beide strijdvelden, toegeschreven aan de vermaarde Chinese leraar en filosoof Meester Kong (ook wel beter bekend als Conficius):

“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.”

verstrikt-in-taal

Het kromme dis- van respect. En het on- van niet zo recht.

Soms raak ik de taal bijster. Dan denk ik na over de betekenis van een woord. Bekijk ik het van alle kanten. Raak ik plotseling verstrikt in letters. Verzuip ik zomaar in een antoniem. ‘Respect’, dat is waar ik het over heb. En ‘disrespect’ het verstikkende tegenovergestelde.

‘Dis-‘. Ergens klinkt het niet. Een voorvoegsel dat de weg kwijt is. ‘Continuïteit’ en ‘discontinuïteit’? Ja, nou, oké. Iets is immers continu of nietcontinu. Mmh… ‘harmonie’ en ‘disharmonie’? Vooruit. Prima. Iets is tenslotte harmonisch of nietharmonisch. Maar, eh, ‘discipline’ en ‘cipline’? Of ‘distributie’ en ‘tributie’? Een ‘discussie’ en dus ook een ‘cussie’?! Respect en nietrespect?!? Help, meneer van Dale, ik krijg het zo langzamerhand spaans benauwd.

Respect toon je. Net als respectloosheid. Maar, respectloos niet. Je bent respectvol, of vol respect, je bent echter nooit gewoon respect. Je uit jezelf respectloos of mét respect, nochtans niet respectleeg! En respectheid? Mijn excuses respectloosheid, dat bestaat gewoonweg niet. Ten opzichte van ‘respectvol’ is ‘disrespectvol’ wél weer uitermate antonimisch correct. Respectvol en nietrespectvol. Ja, dát klopt. En toch, er blijft iets wringen. Iets, iets… onzeggenlijks. Iets onverwoordbaars…

Maar… wacht eens even… ‘On-’…? Ben ik hier iets op het spoor? Kom op verstand, kom op grijze cellen! Leg die verbanden! Krakend en steunend, hortend en stotend komt er iets op gang… Je hebt… balans en… onbalans. Kunde en… onkunde. Respectvol en onrespectvol! Respect, en geheel averechts, het ONrespect! Hoe bestaat het dat dit woord in de Nederlandsche taal niet bestaat? Dat is toch disuitstaanbaar! Disdoenlijk! Dismogelijk! Heel taalminnend Nederland de straten op! Dit disrecht moet we bevechten!